Wijkcontracten: wie doet wat?

Het betreft contracten ondergetekend door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en bepaalde gemeenten teneinde achtergestelde wijken te herwaarderen.

Het Gewest kent een toelage toe van een gemiddelde van meer dan 12 miljoen euro aan de Stad om een wijk een heel nieuw uitzicht te geven, en dit in nauwe samenwerking met de bewoners opdat het contract het best mogelijk zou beantwoorden aan de noden van de rechtreeks betrokken personen.

Om aan de voorwaarden van toekenning van een wijkcontract tegemoet te komen, wordt een perimeter vastgelegd, de staat van de woningen en de openbare ruimten nagekeken evenals de in acht te nemen sociale indicatoren. Daarna worden er programma’s uitgewerkt evenals de verschillende te realiseren operaties in een vooropgestelde tijd.

Verschillende operaties

  • het renoveren van bestaande woningen,
  • het oprichten van nieuwe woningen,
  • het renoveren of oprichten van ruimten voorbehouden aan ambachtelijke of industriële activiteiten, aangevuld met huisvestingsoperaties,
  • de heraanleg van openbare ruimten,
  • het oprichten of versterken van infrastructuren en wijkuitrustingen, of zij nu socio-cultureel, sportief of andere zijn
  • het opstellen van sociale en deelnemende initiatieven tijdens de duur van het wijkcontract.

De operatoren belast met het in het werk stellen van het programma zijn de Gemeente, het OCMW, elke instelling van openbaar nut, zoals bijvoorbeeld, het Huisvestingsfonds, of nog een vzw.


Uitwerking van een wijkcontract

Elk jaar, in functie van het beschikbaar budget, maakt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een lijst op van de wijken die geschikt zijn om te kunnen genieten van vrijgekomen fondsen voor een wijkcontract.

Om deze keuze te kunnen maken, houdt het Gewest rekening met criteria zoals de staat van de gebouwen en de openbare ruimten, de sociale situatie van de bewoners. Dat gebeurt in samenspraak met elke gemeente.

De uitvoering van een wijkcontract wordt gedaan in 2 belangrijke stappen:

  • de voorbereidingsperiode
  • de periode van het in het werk stellen van het programma

Voorbereidingsperiode

De voorbereidingsperiode (gedurende 9 maand) verdeeld over 2 periodes: de basistudie en het programmaproject.

De basisstudie bestaat uit een opmeting van de situatie van de wijk om er daarna de te leiden prioritaire acties uit te halen. Samenstelling van de basisstudie:

  • bestaande feitelijke toestand: opmeting van de fysieke staat van de wijk
  • bestaande rechtelijke toestand: opmeting van de bijzondere inrichtingsplannen, van de stedenbouwkundige voorschriften en de gevraagde vergunningen
  • analyse per thema en diagnose: sociale en economische vitaliteit in de wijk
  • prioriteiten voor de uitvoering van het programma

Het programmaproject beschrijft het geheel van de operaties die zullen worden uitgevoerd. Een operatie moet uitdrukkelijk in het programma staan om toegepast te kunnen worden.

Samenstelling van het programmaproject:

  • plan van de perimeter, met plaatsbepaling van de verschillende operaties
  • melding van de gesubsidieerde openbare- en private vastgoedoperaties, gedurende de laatste 10 jaar
  • lijst van de gebouwen en hun eventuele huurders, betrokken in de verschillende operaties
  • beschrijving van de aanwinsten en de te verrichten werken van elke operaties
  • hoofdschema die de aard van de operaties verduidelijkt en de jaarlijkse kalender van hun uitvoering
  • beschrijving van de begeleidingsmaatregelen van het sociaal luik
  • financieel plan vastgesteld over 4 jaar
  • verslag over de situatie en de evolutie van de vastgoedmarkt, vergezeld van de maatregelen bestemd om speculatie te vermijden
  • programma voor het vrijwaren van het vastgoedpatrimonium

Periode voor de start van het programma

Deze periode duurt 4 jaar, met een eventueel supplement van 2 jaar, om bepaalde werken te beëindigen.