Parkeerplaatsen
Voorwaarden om een parkeerplaats voor personen met een handicap te bekomen
De aanvrager moet beantwoorden aan de voorwaarden opgenomen in het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 en in de ministeriële rondzendbrief (Federale Overheidsdienst Mobiliteit) van 3 april 2001.
- De aanvrager moet in het bezit zijn van een parkeerkaart voor personen met een handicap. U kunt deze bekomen bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid (zie Sociale en fiscale voordelen). Enkel een attest van deze Overheidsdienst is niet voldoende.
- U mag niet over een privé-parking of garage beschikken.
- De aanleg van de parkeerplaats moet 'verkeerstechnisch' mogelijk zijn. Een reservatie is uiteraard niet mogelijk in een straat waar men niet mag parkeren, of waar parkeren beurtelings verloopt.
- U moet in het bezit zijn van een wagen.
- Indien u zelf niet over een wagen beschikt, kunt u zich laten vervoeren door een andere chauffeur.
In dit geval zijn er twee mogelijkheden:
- Als die andere chauffeur in hetzelfde gebouw woont als uzelf, hebt u recht op een parkeerreservatie.
- Als de andere chauffeur niet in hetzelfde gebouw wordt, hebt u geen recht op een parkeerreservatie. Wél kan er dan een gele onderbroken lijn geschilderd worden, om het stilstaan voor het in- en uitstappen mogelijk te maken. - In sommige gevallen kan de wegbeheerder een parkeerreservatie weigeren. Dit kan bijvoorbeeld in straten waar er al veel parkeerplaatsen voor personen met een handicap aanwezig zijn. Een parkeerplaats voor personen met een handicap is namelijk nooit nominatief, d.w.z. dat iedere weggebruiker in het bezit van de speciale parkeerkaart er gebruik van mag maken.
- Een parkeerplaats mag eveneens aangelegd worden ter hoogte van de plaats waar u werkt. In dit geval zal de wegbeheerder meestal een verkeersbord laten plaatsen, waarop staat wanneer de reservatie geldig is (bijvoorbeeld van maandag tot vrijdag tussen 8u en 17u)