Stel je voor: de elektriciteit die op de daken in jouw wijk wordt opgewekt, gaat niet langer verloren in het net. In plaats daarvan wordt ze rechtstreeks gedeeld tussen buren, mede-eigendommen, scholen of handelszaken. Dat is energiedelen: een collectieve en lokale manier om beter gebruik te maken van zonne-energie (of andere hernieuwbare energiebronnen), de factuur te verlagen en slimmer om te gaan met hoe we elektriciteit produceren en verbruiken.
In Brussel bestaat dit systeem al enkele jaren en het zit duidelijk in de lift. Het gaat van eenvoudig delen tussen twee woningen tot grotere gemeenschappen op het niveau van een hele wijk.
Ontdek alle bestaande projecten
Externe siteProjecten voor het delen van energie in Brussel
Kort samengevat
- In Brussel kan energie worden gedeeld tussen twee woningen, binnen hetzelfde gebouw of op het niveau van een hele wijk.
- Elk project rond energiedelen moet bij Sibelga worden aangegeven. Alleen energiegemeenschappen (meer dan twee gebouwen die onderling delen) hebben daarnaast ook een vergunning van Brugel nodig.
- Energiedelen steunt op slimme meters, een duidelijke verdeelsleutel en een prijs die samen wordt vastgelegd.
- Je behoudt je gewone energieleverancier voor alles wat niet door de gedeelde energie wordt gedekt.
- Een gratis regionale facilitator kan je helpen om een project uit te werken en op te starten.
Een woning, een gebouw, een school of elk ander gebouw dat elektriciteit opwekt - meestal via zonnepanelen - kan de overschot delen met andere deelnemers, aan een vooraf vastgelegde 'win-winprijs' en volgens afspraken die samen worden gemaakt.
Het basisidee is eenvoudig: in plaats van lokaal opgewekte overtollige stroom tegen een lage prijs op het net te zetten, wordt die beter benut door mensen in de buurt die ervan kunnen profiteren en bereid zijn hun elektriciteitsverbruik aan te passen:
- het te beperken wanneer er weinig energie te delen is
- of net hun toestellen te laten draaien wanneer er gedeelde, groene en betaalbare stroom beschikbaar is
Voor het deel van de elektriciteit dat zo wordt gedeeld, ben je minder afhankelijk van een klassieke energieleverancier. Je blijft wel op het net aangesloten om bijkomende elektriciteit af te nemen of overtollige stroom te injecteren wanneer dat nodig is.
Wanneer er tussen twee gebouwen wordt gedeeld, spreken we van 'peer-to-peer-energiedelen'. Gebeurt het tussen meerdere wooneenheden binnen hetzelfde gebouw, dan gaat het om 'energiedelen binnen hetzelfde gebouw'. Vanaf 3 deelnemers in verschillende gebouwen spreken we van een 'energiegemeenschap'.
De energiegemeenschap is de formule op 'wijkniveau':
Binnen energiegemeenschappen wordt verplicht een autonome en onafhankelijke rechtspersoon opgericht (vereniging, coöperatie,...) om samen met haar leden het delen tussen meerdere gebouwen te organiseren en eventueel ook andere energiediensten aan te bieden (energie opslaan, laadinfrastructuur voor elektrische wagens aanbieden,...).
De verdeling gebeurt elk kwartier volgens een verdeelsleutel in meerdere rondes:
- Om te beginnen produceert een installatie (meestal zonnepanelen) tijdens dat kwartier elektriciteit bij één of meerdere leden van het deelproject.
- De productie wordt eerst ter plaatse verbruikt, bij elke producent, die in de eerste plaats zijn eigen productie benut.
- Het eventuele overschot in het betrokken kwartier wordt vervolgens automatisch gedeeld met de leden via slimme meters die alles per kwartier registreren.
- Iedereen krijgt zijn aandeel volgens een verdeelsleutel die samen wordt bepaald.
- Na deze eerste ronde van energiedelen op basis van verdeelsleutels (bijvoorbeeld 10% voor iedereen) kan het gebeuren dat een verbruiker zijn volledige aandeel niet heeft verbruikt. In dat geval wordt die elektriciteit opnieuw binnen de gemeenschap verdeeld volgens een verdeelsleutel, eventueel een andere (bijvoorbeeld naar rato van het verbruik tijdens dat kwartier).
- Aan verbruikerszijde neemt je energieleverancier zonder onderbreking over als je nog bijkomende elektriciteit nodig hebt.
Zoals bij andere vormen van collectieve zelfconsumptie is een project des te relevanter (en rendabeler!) naarmate het verbruik van de deelnemers beter wordt afgestemd op de momenten waarop elektriciteit wordt geproduceerd en gedeeld!
Vandaag onderscheiden we in Brussel drie grote configuraties:
- Peer-to-peer: de eenvoudigste vorm, gewoon tussen twee buren of twee gebouwen in het Gewest.
- Energiedelen binnen hetzelfde gebouw: een vrij eenvoudige formule waarbij bewoners, gemeenschappelijke delen en eventueel ook handelszaken in hetzelfde gebouw of dezelfde mede-eigendom samen gebruikmaken van lokale productie. Dit model is bijzonder geschikt voor mede-eigendommen.
- De energiegemeenschap: iets technischer, maar ze maakt delen mogelijk tussen meerdere gebouwen, op de schaal van een wijk of een lokaal netwerk van deelnemers, op voorwaarde dat ze allemaal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen en dat aan de voorwaarden van het gekozen model wordt voldaan.
In Brussel bestaan er bovendien 3 types energiegemeenschappen:
- de energiegemeenschap van burgers (CEG)
- de hernieuwbare-energiegemeenschap (HEG)
- de lokale-energiegemeenschap (LEG)
Ze onderscheiden zich onder meer door de toegelaten deelnemers, wie de effectieve controle uitoefent, de eigendom van de productie-installaties en de oorsprong van de gedeelde elektriciteit. Er bestaan nu al energiegemeenschappen. Als je er graag bij één wil aansluiten als producent, verbruiker of allebei, neem gerust contact met hen op.
De gedeelde elektriciteit is afkomstig van lokale productie door één van de leden, vandaag meestal via zonnepanelen. Het Brusselse kader is in de eerste plaats gericht op het delen van lokaal geproduceerde elektriciteit, met name uit hernieuwbare bronnen.
Afhankelijk van het gekozen model kunnen de regels wel verschillen. In energiegemeenschappen is productie uit hernieuwbare bronnen in sommige vormen verplicht, terwijl de energiegemeenschap van burgers onder de voorwaarden van het Brusselse kader ook een warmtekrachtkoppeling op aardgas kan omvatten.
Naast het loutere delen kunnen energiegemeenschappen, afhankelijk van hun type, ook opslag, flexibiliteitsdiensten, het opladen van elektrische voertuigen of andere collectieve energiediensten organiseren.
In de stad beschikken veel huishoudens zelf niet over een geschikt dak om hernieuwbare elektriciteit te produceren, bijvoorbeeld omdat ze huren, in een mede-eigendom wonen of een gebouw betrekken dat weinig geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen. In die context zijn energiedelen en energiegemeenschappen een bijzonder interessante hefboom voor de stedelijke energietransitie.
Ze maken het mogelijk om lokaal opgewekte elektriciteit beter te benutten. Zo hoeft een overschot niet volledig op het net te worden gezet zonder rechtstreeks voordeel voor nabijgelegen gebruikers. Tegelijk verruimen ze de toegang tot die elektriciteit voor bewoners, voorzieningen en activiteiten die zelf niet kunnen produceren. Ze bieden ook de mogelijkheid om tussen deelnemers een duidelijk kader en een stabiele prijs voor gedeelde elektriciteit vast te leggen, in een meer lokale, betaalbare en collectieve logica.
Deze mechanismen kunnen ook investeringen in nieuwe fotovoltaïsche installaties stimuleren. Ze creëren een stimulans om niet alleen voor het eigen gebouw te produceren, maar ook voor een bredere groep gebruikers op de schaal van een gebouw, een bouwblok of een wijk. Bovendien versterken ze de samenwerking tussen buren, scholen, verenigingen, handelszaken, mede-eigendommen en overheden, en kunnen ze op termijn de weg effenen voor ruimere projecten rond opslag, flexibiliteit of lokale energiesamenwerking.
In die zin zijn energiedelen en energiegemeenschappen in de stad bijzonder relevant wanneer er goed gelegen lokale productie is, meerdere nabije of gecoördineerde verbruikers, en een collectieve wil om de verdeling van de geproduceerde elektriciteit te organiseren.
Alle woningen, gebouwen en wijken kunnen deelnemen aan of zelf het initiatief nemen voor een project rond energiedelen of een energiegemeenschap. Hoe relevant een project is, met name economisch en energetisch, hangt echter af van:
- het bestaan van voldoende lokale productie
- het aantal deelnemers en hun verbruiksprofiel (wanneer en hoeveel ze verbruiken)
- de mogelijkheid om het verbruik aan te passen en de productie- en verbruiksmomenten tussen de leden minstens gedeeltelijk op elkaar af te stemmen
- lokale kansen
- en de gekozen netperimeter voor de ontwikkeling: de configuratie van het net beïnvloedt de distributiekosten en het economische evenwicht van het project
In Brussel is het kader al operationeel:
- een gratis regionale facilitator begeleidt projectdragers
- Sibelga levert de technische informatie en activeert de projecten
- en Brugel verleent vergunningen aan energiegemeenschappen en publiceert een observatorium van het delen van elektriciteit op gewestelijke schaal
Alle nuttige links om stap voor stap meer te weten te komen en jouw project te ontwikkelen:
Ja, maar er zijn een aantal voorwaarden. Eerst moeten er lokale productie zijn om te delen, geïnteresseerde deelnemers, geschikte meters en een economisch relevant model. De meerwaarde van het project hangt ook af van de mate waarin de verbruiksmomenten samenvallen met de productiemomenten en/of van ieders vermogen om zich aan te passen.
Nee. De deelnemers behouden hun energieleverancier voor de bijkomende elektriciteit die ze nog nodig hebben. Het delen heeft alleen betrekking op het volume lokale elektriciteit dat aan het project wordt toegewezen. De energie uit het deelproject heeft altijd voorrang op het klassieke leveringscontract, maar zal in de meeste gevallen niet volstaan.
Nee. Het is ook een oplossing die werkt voor huurders en bewoners van collectieve gebouwen.
Eén van de grote voordelen van energiedelen is precies dat mensen die zelf geen zonnepanelen kunnen plaatsen, toch toegang kunnen krijgen tot groene, lokale en betaalbare elektriciteit.
Ja, die is verplicht om nauwkeurig te berekenen wat er wordt gedeeld.
Jij en de andere deelnemers bepalen die samen in een overeenkomst. Het kan zelfs gratis zijn (dan betaal je alleen nog de nettarieven).
Ja. Voor elk project is een aangifte bij Sibelga verplicht. Alleen energiegemeenschappen hebben een vergunning van Brugel nodig (geldig voor 10 jaar).
Eenvoudig energiedelen = gewoon energie verdelen. Dat kan peer-to-peer, tussen twee meters, of binnen hetzelfde gebouw.
Een energiegemeenschap is een collectieve structuur die steunt op een rechtspersoon met een hoofdzakelijk ecologisch, sociaal of economisch doel, eerder dan een winstdoel, maar die veel ruimere energieactiviteiten en -diensten kan uitoefenen (opslag, diensten,...).
Het eenvoudigst is om eerst helder te krijgen welk type project je voor ogen hebt. Laat je daarna begeleiden door de Externe siteFacilitator Energiedelen en Energiegemeenschappen van Leefmilieu Brussel.
Sibelga kan vervolgens nuttige technische informatie bezorgen, zoals plannen van het net (nodig om de distributiekost te bepalen) of de historische verbruiksgegevens, vóór de activering van het project. In het geval van een energiegemeenschap moet de vergunning van Brugel vóór de opstart worden verkregen.
Meer info?
Heb je een project in gedachten voor je gebouw, school, mede-eigendom of straat? Het eenvoudigst is om te beginnen bij de Externe siteFacilitator Energiedelen en Energiegemeenschappen van Leefmilieu Brussel. Daar krijg je vrijblijvend advies en begeleiding.
Aarzel niet om de pagina's van Sibelga en de website van Brugel te raadplegen. Samen met de facilitator vormen zij de 3 belangrijkste toegangspunten om de haalbaarheid, de voorwaarden en de stappen te analyseren.
Ook de Stad Brussel helpt je daar graag verder mee via energie@brucity.be.











